Kunnen vitamine D supplementen het risico op hart- en vaatziekten verlagen?

vitamine D en hart- en vaatziekten

Inleiding

Vitamine D is de verzamelnaam voor een groep vet-oplosbare vitamines. In het lichaam wordt vitamine D in de huid geproduceerd onder invloed van ultraviolet licht (zoals zonlicht). Het kan ook uit voeding gehaald worden, zoals vette vis (bijvoorbeeld zalm, haring of makreel), maar de meeste voedingsproducten bevatten te weinig vitamine D om aan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid te komen (2,5-15 microgram per dag, afhankelijk van leeftijd, geslacht en huidskleur). Ter illustratie: om aan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamine D te komen, moet je ongeveer twee porties (wilde) zalm eten. Door een gebrek aan zonlicht in de herfst- en wintermaanden wordt er vaak voor gekozen om extra vitamine D in te nemen in de vorm van een supplement.

Vitamine D speelt een cruciale rol in de botgezondheid: een tekort aan deze vitamine kan onder andere leiden tot (versnelde) botontkalking of in het ernstigste geval Engelse ziekte (rachitis)[1]. Daarnaast is er de laatste tijd ook veel aandacht voor de rol van vitamine D op het voorkomen van hart- en vaatziekten en kanker. Voor deze veronderstelde gezondheidseffecten bestond lang geen sterk bewijs. In 2018 werd er echter een grote gerandomiseerde klinische studie gepubliceerd die hier meer uitsluitsel over gaf[2]. In dit artikel vatten wij de belangrijkste bevindingen van deze studie samen. We richten ons daarbij specifiek op de invloed van vitamine D op het voorkomen van hart- en vaatziekten.

Welke soorten vitamine D zijn er?

Er zijn verschillende vormen van vitamine D, waarvan de volgende twee de belangrijkste zijn:

  • Vitamine D2: Ook wel calciferol genoemd; komt voor in plantaardige voeding of schimmels (bijvoorbeeld in kaas, paddenstoelen en gist). Vitamine D2 kan niet door het menselijk lichaam geproduceerd worden
  • Vitamine D3: Ook wel cholecalciferol genoemd. Deze vorm bevindt zich in voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong, maar kan ook in de huid geproduceerd worden onder de invloed van ultraviolette straling uit zonlicht.

Een belangrijk verschil tussen vitamine D2 en D3 is dat vitamine D3 in het menselijk lichaam veel “sterker” is dan vitamine D2. Vitamine D3 heeft dan ook de voorkeur bij het ontwikkelen van voedingssupplementen.

Wat is de functie van vitamine D in het lichaam?

Vitamine D dat in de huid wordt aangemaakt of via de voeding het lichaam binnenkomt is nog niet direct werkzaam. Het moet eerst in de lever en de nieren bewerkt worden tot zijn uiteindelijke actieve vorm: calcitriol. Calcitriol heeft verschillende functies. Zo ondersteunt het onder andere de opname van calcium en fosfaat uit onze voeding. Van calcium (“kalk”) weten mensen wel dat het belangrijk is voor een goede gezondheid van de botten en tanden, maar ook fosfaat is een stof die een essentiële rol speelt in onze botgezondheid. Verder is calcitriol onder andere belangrijk voor het goed functioneren van spieren/pezen, de hersenen, luchtwegen, het hart en de alvleesklier (figuur 1). In het verdere artikel gaan we in op de effecten van vitamine D op het hart en vaatstelsel. 

Figuur 1

Waarom denken we dat vitamine D het risico op hart- en vaatziekten verlaagt?

De eerste vermoedens dat vitamine D ook het risico op hart- en vaatziekten verlaagt, kwam uit studies die lieten zien dat mensen die meer blootgesteld werden aan zonlicht een minder hoog risico hadden op het krijgen van hart-en vaatziekten[1, 3]. Aanvullende studies lieten zien dat een laag vitamine D gehalte in het bloed, het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten verhoogt[4]. Het beschermende effect van vitamine D wordt mogelijk verklaard doordat vitamine D ook een rol speelt bij het goed functioneren van de cellen in de vaatwand, waardoor er op de lange termijn minder aderverkalking optreedt en de bloeddruk beter onder controle blijft[3]. Het nadeel van de hierboven beschreven observationele studies is dat de bevindingen beïnvloed kunnen worden door andere factoren. Als voorbeeld kan je hierbij denken aan het feit dat iemand die meer blootgesteld wordt aan zonlicht, misschien meer buiten komt omdat hij fysiek actiever is; deze fysieke activiteit kan uiteraard ook een verklaring zijn voor het lagere risico op hart- en vaatziekten. Het is dan ook onmogelijk om met dergelijke onderzoeken een oorzaak-gevolg relatie aan te tonen.  

De eerste (kleine) studies die wel keken naar een oorzaak-gevolg relatie lieten geen effecten zien van vitamine D supplementen op het voorkomen van hart- en vaatziekten. Maar de meeste van deze studies hadden ofwel een (te) lage dosering van het supplement, weinig onderzoek deelnemers of een onvoldoende lange duur dat de deelnemers werden gevolgd[3]. Hierdoor konden er nog steeds geen definitieve conclusies getrokken worden over de werkzaamheid van vitamine D supplementen.

In 2018 werd er echter een grote gerandomiseerde studie gepubliceerd die onze vraag kan beantwoorden[2]. De resultaten van die studie zullen we hieronder bespreken.

Hoe werd dit onderzoek uitgevoerd?

In totaal werden in dit onderzoek 25.871 gezonde proefpersonen geïncludeerd. 51% van de deelnemers was vrouwelijk. Om mee te doen aan het onderzoek moesten mannen ouder zijn dan 50 jaar en vrouwen ouder dan 55 jaar. Ongeveer 13% van de deelnemers had bij de start van het onderzoek een lager vitamine D gehalte in het bloed dan de minimale waarde die huisartsen aanhouden in Nederland (die is 50 nanomol per liter voor ouderen).

De proefpersonen werden willekeurig verdeeld over twee groepen:

  1. Een placebogroep, waar de mensen een nep supplement kregen.
  2. Een Vitamine D groep: Proefpersonen kregen een vitamine D supplement met een dosering van 2.000 IU (international units); dit is ongeveer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (en dus gelijk aan twee porties vette vis). Daarnaast kregen de mensen ook nog een visolie supplement met omega 3 omdat de onderzoekers vermoedden dat een combinatie van vitamine D en omega 3 het meest optimale effect zou hebben voor het voorkomen van hart- en vaatziekten.

De belangrijkste uitkomst van het onderzoek was het optreden van levensbedreigende hart- en vaatziekten (hartinfarct, herseninfarct of het overlijden aan een andere aandoening gerelateerd aan het hart of de bloedvaten).

Alle proefpersonen begonnen het onderzoek tussen 2011 en 2014 en werden gevolgd tot 31 december 2017. Gemiddeld werden de proefpersonen 5 jaar en 4 maanden gevolgd.

Verlaagt vitamine D het risico op hart- en vaatziekten?

Het suppleren van vitamine D resulteerde in een 40% toename van de hoeveelheid beschikbare vitamine D in het bloed; zonder dat daar bijwerkingen bij optraden. In de placebogroep bleef het vitamine D gehalte in het bloed hetzelfde. Het suppleren van vitamine D had echter geen beschermend effect op het hart of de bloedvaten. In de periode dat de proefpersonen gevolgd werden, traden er in totaal 805 levensbedreigende hart- en vaatziekten op. 386 van deze patiënten zaten in de vitamine D-groep en 419 in de placebogroep. Statistische analyse wees uit dat er geen significant verschil zat tussen deze groepen. Dat betekent dus dat het suppleren van vitamine D de kans op het krijgen van (levensbedreigende) hart- en vaatziekten niet verlaagt (figuur 1). 

Figuur 2. Het optreden van hart- en vaatziekten in de placebo versus vitamine D-groep.

Uitleg figuur 1: In deze grafiek staat op de verticale as het aantal gevallen hart- en vaatziekten dat optrad in de hele onderzoeksgroep (hartinfarcten, herseninfarcten of het overlijden aan hart- en vaatziekten bij elkaar opgeteld). Op de horizontale as staat het aantal jaren dat de proefpersonen gevolgd werden. De zwarte lijn is de placebogroep, de grijze lijn is de vitamine D-groep. Na de eerste twee jaar komen er iets minder hart- en vaatziekten voor in de vitamine D-groep, maar uit statistische analyses bleek dat dit verschil niet significant was. Vitamine D verlaagt dus niet het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten.

Conclusie

Op basis van deze studie kunnen we concluderen dat het suppleren van Vitamine D bij mensen boven de 50 jaar (die verder gezond zijn) geen bescherming biedt tegen het krijgen van hart- en vaatziekten of het overlijden hieraan.

Referenties

1.            Medicine, I.o., Dietary reference intakes for calcium and vitamin D. Washington, DC: National Academies Press., 2011.

2.            Manson, J.E., et al., Vitamin D Supplements and Prevention of Cancer and Cardiovascular Disease. N Engl J Med, 2019. 380(1): p. 33-44.

3.          Manson, J.E., et al., The VITamin D and OmegA-3 TriaL (VITAL): rationale and design of a large randomized controlled trial of vitamin D and marine omega-3 fatty acid supplements for the primary prevention of cancer and cardiovascular disease. Contemp Clin Trials, 2012. 33(1): p. 159-71.

4.          Zhang, R., et al., Serum 25-hydroxyvitamin D and the risk of cardiovascular disease: dose-response meta-analysis of prospective studies. Am J Clin Nutr, 2017. 105(4): p. 810-819.

1 gedachte over “Kunnen vitamine D supplementen het risico op hart- en vaatziekten verlagen?

  1. Pingback: Moeilijkheid 1: Een verband betekent niet altijd dat er een oorzaak-gevolg relatie is - Medicus Online

Reacties zijn gesloten.