Proefpersonen: Waar moet je rekening mee houden?

Wat zijn proefpersonen?

Mensen die meedoen aan medisch-wetenschappelijk onderzoek worden gezien als een “proefpersoon” en doen altijd vrijwillig mee. Onderzoekers besteden meestal veel tijd aan het bedenken welke personen mee mogen/kunnen doen aan hun onderzoek. Echter, bij de beoordeling van wetenschappelijk onderzoek wordt er maar weinig aandacht besteed aan welke proefpersonen mee hebben gewerkt, terwijl dit toch heel belangrijk kan zijn voor de interpretatie van de resultaten van deze onderzoeken. Daarom zetten wij in dit artikel enkele overwegingen op een rijtje.

Het begin: welke proefpersonen mogen meedoen?

Voordat onderzoekers met een onderzoek starten moeten ze goed nadenken over de proefpersonen die ze willen benaderen. In hun onderzoeksplan beschrijven ze aan welke voorwaarden een proefpersoon moet voldoen voordat hij/zij geschikt is voor het onderzoek (de zogenaamde in- en exclusiecriteria). Dit is deels om de uiteindelijke onderzoeksresultaten zo betrouwbaar mogelijk te maken, maar kan ook dienen ter bescherming van de proefpersonen. Deze voorwaarden moeten allemaal van tevoren vastgelegd worden en (bijna altijd) goedgekeurd worden door een medisch ethische commissie.

De proefpersoon is de baas

Zoals we al benoemden doen proefpersonen altijd vrijwillig mee met wetenschappelijk onderzoek. In de wet is vastgelegd dat mensen goed geïnformeerd moeten worden over de voordelen en risico’s van het meedoen aan een onderzoek waarna ze een weloverwogen beslissing kunnen nemen (dit wordt “informed consent” genoemd). Daarnaast mag een proefpersoon altijd stoppen met een onderzoek, zonder dat hij/zij daarvoor een reden hoeft te geven.

Patiënten versus gezonde mensen

De eerste belangrijke afweging die onderzoekers maken is of ze hun onderzoek willen uitvoeren bij patiënten of bij gezonde mensen. Dit is grotendeels afhankelijk van de vraag die ze met hun onderzoek willen beantwoorden. Willen de onderzoekers bijvoorbeeld de werkzaamheid van een medicijn bij een bepaalde ziekte onderzoeken, dan is het wel handig om dit ook te onderzoeken bij patiënten die deze ziekte hebben.

Aan onderzoek naar een gezonde leefstijl doen juist veel gezonde mensen mee. Meestal zijn dit gezonde mensen met een wat hogere leeftijd. Het is belangrijk om je te beseffen waarom onderzoekers er vaak bewust voor kiezen om “oudere” proefpersonen te zoeken.

Stel je de volgende onderzoeksvraag voor: “Verlaagt het eten van één appel per dag het risico op het krijgen van een hartinfarct?” Om dat te onderzoeken, moet het onderzoek in ieder geval aan de volgende twee voorwaarden voldoen:

  1. Logischerwijs moet er verschil zitten in de hoeveelheid appels die de proefpersonen eten. Als niemand appels eet kan de vraag niet beantwoord worden, maar ook als iedereen minstens een appel per dag eet, kan er geen onderscheid gemaakt worden.
  2. Hoe cru het ook klinkt: er moeten proefpersonen bij zitten die ergens tijdens de loop van het onderzoek een hartinfarct krijgen, want als niemand een hartinfarct krijgt, kan er ook geen verschil aangetoond worden. Gelukkig betekent dat niet dat de onderzoekers er actief voor zorgen dat mensen een hartinfarct krijgen, maar dat ze simpelweg wachten totdat sommige proefpersonen (toevallig) een hartinfarct krijgen.

Aangezien de belangrijkste risicofactor voor het krijgen van een hartinfarct een hogere leeftijd is, is het dus handiger om op zoek te gaan naar oudere proefpersonen. Stel dat de onderzoekers alleen maar 20-jarigen mee laten doen aan het onderzoek dan moeten ze waarschijnlijk 40 jaar wachten voordat een aantal proefpersonen een hartinfarct krijgt. Dat kost veel tijd en geld. Hetzelfde geldt uiteraard voor heel veel andere ziektes (zoals kanker, suikerziekte etc.).

Interpretatie: Zijn de proefpersonen representatief?

Dat er dus een bepaalde selectie in proefpersonen plaatsvindt is heel normaal en zeker niet verkeerd. Wel is het belangrijk om hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de resultaten van een wetenschappelijke studie; en daar gaat het regelmatig mis. De resultaten van wetenschappelijk onderzoek zijn alleen van toepassing op de specifieke groep proefpersonen die deelnam aan dit onderzoek. Als we het over onderzoek bij patiënten hebben, is dit vaak logisch. Ter illustratie: als een bepaalde behandeling werkt bij patiënten die borstkanker hebben dan betekent dat niet dat diezelfde behandeling ook werkt bij patiënten met een andere vorm van kanker.

Bij gezonde proefpersonen wordt er echter snel over belangrijke details heen gekeken. Ook daar geldt dat de resultaten van een onderzoek alleen gelden voor de specifieke groep waarbij dit onderzocht is. De resultaten van een onderzoek uitgevoerd bij (gezonde) ouderen zijn niet één op één te vertalen naar jongeren. Om die reden is het altijd belangrijk om hier rekening mee te houden en in onze artikelen proberen we deze nuance zoveel mogelijk te benoemen. 

Afbeelding 1. Selectiebias

Kritisch redeneren selectiebias

Is het aantal proefpersonen altijd belangrijk?

In ons artikel over statistisch significant beschreven we al dat het belangrijk is dat er voldoende proefpersonen aan een onderzoek mee doen om betrouwbare resultaten te krijgen. Maar soms wordt hier te veel nadruk op gelegd; ook door wetenschappers. Sommige mensen denken dat meer proefpersonen altijd beter is, maar dat is niet altijd zo. Dat verschilt echt per onderzoek. Zo zijn er onderzoeken waar zo’n 10 tot 20 deelnemers al meer dan voldoende is. Dit geldt bijvoorbeeld vaak bij labonderzoek waar gekeken wordt naar bepaalde stofjes in het bloed. Ook als er onderzoek wordt gedaan naar de mogelijke bijwerkingen van een (nieuw) medicijn is het niet handig om gelijk honderden mensen mee te laten doen aan het onderzoek.

Bij het interpreteren van wetenschappelijk onderzoek is het altijd belangrijk om af te wegen wat de kans op een onterechte conclusie is.

Klinische relevantie

Om dit te illustreren hebben we twee uiterste (hypothetische) voorbeelden. Stel je voor dat een onderzoeker wil bekijken of het eten van 1 appel per dag een positief effect heeft op de bloeddruk.

  1. De onderzoeker laat 10 proefpersonen meedoen met het onderzoek en vindt geen enkel verschil tussen de groepen. Dit resultaat is niet betrouwbaar omdat er te weinig mensen meedoen; de kans dat de onderzoeker onterecht de conclusie trekt dat het geen effect heeft is groot.
  2. De onderzoeker laat 10 miljoen proefpersonen meedoen en vindt dat het eten van 1 appel per dag de bloeddruk met 0,5% laat dalen. Ondanks dat dit resultaat mogelijk significant is, betekent het nog niet dat het ook relevant is. Doordat er zoveel mensen meedoen, worden zelfs de kleinste verschillen aangetoond, ondanks dat deze resultaten misschien helemaal niet relevant zijn. Een 0,5% daling in bloeddruk stelt heel weinig voor en heeft geen belangrijke consequenties.

Daarom proberen onderzoekers vooraf aan een onderzoek in te schatten hoeveel proefpersonen ze denken nodig te hebben voor betrouwbare resultaten. Zeker bij gerandomiseerde studies is dit essentieel. Bij cohort onderzoek, zie je wel vaker dat er duizenden deelnemers zijn. Het is daarom altijd belangrijk om te bekijken hoe groot het effect is om te voorkomen dat er nadruk wordt gelegd op conclusies die niet klinisch relevant zijn.

Conclusie

Het is belangrijk om je bewust te zijn dat het altijd belangrijk is om rekening te houden met het soort proefpersonen dat meedoet aan een wetenschappelijk onderzoek. De resultaten die in een specifieke groep proefpersonen gevonden worden, hoeven niet van toepassing te zijn op alle mensen.

Lezing kritisch redeneren

Wil je meer leren over het beoordelen van wetenschappelijk onderzoek? Dan is onze cursus kritisch redeneren misschien wel iets voor jou! Klik op de button hieronder voor onze cursuspagina!

Gerelateerde artikelen

2 gedachten over “Proefpersonen: Waar moet je rekening mee houden?

  1. Pingback: Wat is de invloed van melk op de gezondheid van botten?

  2. Pingback: Wat is selectiebias? - Medicus Online

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *