Hoe zijn de risicofactoren voor hart- en vaatziekten ontdekt?

De risicofactoren voor het krijgen van hart- en vaatziekten zijn tegenwoordig algemeen bekend. Maar wat zijn nu precies de belangrijkste risicofactoren en hoe zijn deze ooit ontdekt? Dat bespreken we in dit artikel.

We bespreken een kort stukje geschiedenis om te illustreren welke ontwikkelingen het onderzoek naar hart- en vaatziekten de afgelopen decennia heeft doorgemaakt. We beschrijven voornamelijk de Framingham Heart study; mogelijk het meest invloedrijke onderzoek in de geschiedenis van de moderne geneeskunde.

De belangrijkste risicofactoren voor hart- en vaatziekten

De belangrijkste risicofactoren voor het krijgen van hart- en vaatziekten zijn een hoge leeftijd, mannelijk geslacht, hoge bloeddruk, roken, hoog cholesterolgehalte en suikerziekte1. Het is misschien moeilijk om je voor te stellen dat deze feiten ooit onbekend waren, maar toch was deze kennis tot kortgeleden niet altijd vanzelfsprekend. 

Ter illustratie: Ondanks het feit dat er al eeuwenlang gerookt werd, kwamen pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw de eerste resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar buiten die aantoonden dat roken schadelijke gevolgen had voor de gezondheid. Deze bevindingen stuitten initieel op veel weerstand en pas twee decennia later werden deze gezondheidsrisico’s algemeen geaccepteerd door artsen, en nog later gevolgd door algemene bekendheid bij de bevolking.

Risicofactoren hart- en vaatziekten

Onderzoek doen naar risicofactoren is moeilijk

Het identificeren van deze risicofactoren werd bemoeilijkt omdat het lastig te onderzoeken is. Gerandomiseerde klinische studies worden normaal gesproken als gouden standaard gezien om oorzaak-gevolg relaties aan te tonen. Hierbij worden patiënten willekeurig verdeeld in twee groepen zodat je een interventie- en controlegroep hebt.

Echter, in het geval van de risicofactoren voor hart- en vaatziekten is het onmogelijk om een dergelijke onderzoeksmethode toe te passen. We kunnen (ook ethisch gezien) niet een groep mensen willekeurig verdelen waarvan de helft moet gaan roken en de andere helft niet. Toch hebben wetenschappers onomstotelijk kunnen bewijzen welke factoren een belangrijke rol spelen in het ontstaan van hart- en vaatziekten. Hoe hebben ze dat dan toch bewerkstelligd?

Framingham Heart Study

Ons begrip van de risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn grotendeels te danken aan een onderzoek dat bekendstaat als de “Framingham Heart study”.  

Onderzoek uitvoering Medicus Online

Dit is een lang lopend cohort onderzoek bij inwoners van de stad Framingham in de Amerikaanse staat Massachusetts. In 1948 werden 5.209 (gezonde) inwoners vrijwillig geïncludeerd. Al deze deelnemers ondergingen uitgebreide medische screening, lichamelijk onderzoek en interviews om hun gezondheid en leefstijl in kaart te brengen. Sinds 1948 kwamen de deelnemers elke twee jaar terug voor een nieuw uitgebreid onderzoek. In 1971 werd de tweede generatie proefpersonen geïncludeerd (5.124 kinderen en partners van de eerste groep deelnemers). Tot op de dag van vandaag loopt het onderzoek nog steeds en zitten we inmiddels in de vierde generatie deelnemers. In totaal zijn er meer dan 3.000 wetenschappelijke artikelen voortgekomen uit de Framingham Heart study, waarbij de belangrijkste doorbraken bijgehouden worden door de onderzoekers zelf. 

Enkele wetenschappelijke doorbraken die te danken zijn aan de Framingham Heart study zijn:

  • 1960: Het roken van sigaretten verhoogt het risico op hart- en vaatziekten.
  • 1961: Hoge cholesterolwaarden en een hoge bloeddruk verhogen het risico op hart- en vaatziekten
  • 1967: Fysieke activiteit verlaagt het risico op hart- en vaatziekten terwijl obesitas dit risico juist verhoogt.
  • 1970: Een hoge bloeddruk verhoogt de kans op het krijgen van een herseninfarct
  • 1976: Vrouwen hebben na de menopauze een hoger risico op hart- en vaatziekten.
  • 1988: Een hoog HDL cholesterol verlaagt het risico op overlijden aan hart- en vaatziekten.
  • 1998: Boezemfibrilleren verhoogt het risico op sterfte.
  • 1998: De onderzoekers van de studie ontwikkelen een algoritme die de kans berekent dat een (willekeurig) persoon binnen 10 jaar een hartinfarct krijgt. Deze Framingham Risk Score wordt nog steeds gebruikt door artsen.
    Er is een handige tool om dit te berekenen.
  • 2005: Het risico dat iemand in zijn leven obesitas ontwikkelt is 50%.
  • 2009/2010: Onderzoekers ontdekken honderden nieuwe genen die betrokken zijn bij het ontstaan van (risicofactoren voor) hart- en vaatziekten.

In samenwerking met enkele andere grote cohort studies zoals de “seven countries study” (gestart in 1956) en “Nurse’s health study”(gestart in 1976), werd ook het belang van een gezond voedingspatroon en regelmatige fysieke activiteit aangetoond voor het behouden van een goede gezondheid3. Daarnaast heeft het een grote bijdrage geleverd aan het bewijs voor medicijnen die het risico op (nieuwe) hart- en vaatziekten kunnen verlagen, waaronder aspirine (ook wel bekend als acetylsalicylzuur) en statines2.

Risicofactoren hart- en vaatziekten framingham heart

Recente jaren en de toekomst

Mede door de Framingham Heart study weten we veel meer over de risicofactoren voor hart- en vaatziekten en hoe deze behandeld kunnen worden. Mede daardoor overlijden er steeds minder mensen aan de gevolgen van een hartinfarct, herseninfarct of hartfalen4.

Toch is nog lang niet alles bekend. De afgelopen jaren hebben de onderzoekers van de Framingham Heart study zich steeds meer gericht op het ontdekken van nieuwe genetische factoren die een rol kunnen spelen in het ontstaan van hart- en vaatziekten. Daarnaast hebben ze steeds meer aandacht besteed aan de risicofactoren voor het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer (en andere vormen van dementie)5. Ze hebben daarbij onder andere ontdekt dat het aantal mensen dat dementie krijgt de afgelopen decennia gedaald is. Een exacte verklaring voor deze daling hebben de onderzoekers nog niet kunnen vinden; mogelijk is deze gedeeltelijk te verklaren door een betere behandeling van risicofactoren die ook een rol spelen bij het ontstaan van hart- en vaatziekten, waardoor ook de gezondheid van de vaten in (en richting) het brein gezonder blijven. De komende jaren zal er meer onderzoek gedaan worden naar factoren die de dalende trend in zijn geheel kunnen verklaren.

Conclusie

De Framingham Heart study heeft een enorme impact gehad op de moderne geneeskunde en een belangrijke bijdrage geleverd aan het opsporen, voorkomen en behandelen van hart- en vaatziekten. Het illustreert daarnaast dat goed uitgevoerde grote cohortonderzoeken heel veel relevante resultaten op kunnen leveren.

Gerelateerde artikelen

Referenties

1.     D’Agostino RB, Sr., Vasan RS, Pencina MJ, et al. General cardiovascular risk profile for use in primary care: the Framingham Heart Study. Circulation 2008;117:743-753.

2.     Hajar R. Framingham Contribution to Cardiovascular Disease. Heart Views 2016;17:78-81.

3.     Millen BE, Quatromoni PA. Nutritional research within the Framingham Heart Study. J Nutr Health Aging 2001;5:139-143.

4.     Virani SS, Alonso A, Benjamin EJ, et al. Heart Disease and Stroke Statistics-2020 Update: A Report From the American Heart Association. Circulation 2020;141:e139-e596.

5.     Satizabal C, Beiser AS, Seshadri S. Incidence of Dementia over Three Decades in the Framingham Heart Study. N Engl J Med 2016;375:93-94.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *