Zijn hartkloppingen altijd gevaarlijk?

Hartkloppingen

Inleiding

De termen “hartkloppingen” of “hartritmestoornissen” worden vaak als verzamelnaam gebruikt voor een heleboel verschillende afwijkingen aan het hart, vaak gekenmerkt door een te snelle of juist een te trage hartslag. Er zijn veel verschillende soorten “hartritmestoornissen”, waarvan een deel gevaarlijk is, terwijl een ander deel geheel onschuldig is. In dit artikel geven we een overzicht van veelvoorkomende hartritmestoornissen, en de gevolgen die deze kunnen hebben voor de persoon die hieraan lijdt.

Wat is een hartritmestoornis?

Het hart is een spier, bestaande uit een heleboel hartspiercellen. Deze hartspiercellen moeten op het juiste moment samentrekken om ervoor te zorgen dat het hart als één geheel het bloed door het lichaam rondpompt. Daarvoor wordt het hart aangestuurd door een elektrisch netwerk in het hart. Een hartritmestoornis is een afwijking in het ritme van de hartslag. Grofweg kunnen deze hartritmestoornissen ingedeeld worden in:

  • Het hart klopt te snel (tachycardie)
  • Het hart klopt te langzaam (bradycardie)
  • Het hart klopt onregelmatig.

Anatomie van het hart

Het hart bestaat uit vier holtes. Het bloed komt binnen in de rechter boezem en wordt dan via de rechter kamer door de longen heen gepompt. Het bloed uit de longen komt in de linker boezem terecht en wordt dan door de linker kamer door het lichaam heen gepompt. De elektrische geleiding (via de sinusknoop en AV-knoop, zie afbeelding 1) zorgt ervoor dat elke holte op het juiste moment samentrekt en zorgt voor het juiste tempo. Hierdoor wordt er genoeg bloed rond gepompt als u rustig op de bank zit maar ook als u gaat sporten.

Een hartritmestoornis ontstaat door een fout in de geleiding van elektrische signalen. Deze verstoring kan op verschillende plekken in het hart zitten (afbeelding 1):

  • De boezems (atria): De bovenste twee kleine ruimtes in het hart
  • De kamers (ventrikels): De onderste twee grote ruimtes in het hart die ervoor zorgen dat het bloed het lichaam doorgepompt wordt
  • De sinusknoop: De belangrijkste “aanstuurder” van het hartritme
  • De AV-knoop: Het elektrische schakelpunt tussen de boezems en de kamers.

Afbeelding 1

hart geleiding

Bron: Hartstichting.

In dit figuur zien we de verschillende onderdelen van het hart. De elektrische signalen gaan vanuit de sinusknoop, door de boezems naar de AV-knoop. De AV-knoop stuurt deze vervolgens via de bundel van His door naar de purkinjevezels, die in direct contact staan met de spiercellen in het hart.

Het samentrekken van ons hart wordt aangestuurd door elektrische signalen. Onder invloed van ons centraal zenuwstelsel, bepaalt de sinusknoop de snelheid van onze hartslag. Op het moment dat een gezond iemand in rust is, zal deze rond de 60-70 slagen per minuut liggen. Op het moment dat iemand fysiek actief wordt, krijgt de sinusknoop een signaaltje van het brein dat hij sneller moet gaan “vuren”, wat inhoudt dat hij zijn elektrische signalen met een hogere frequentie afgeeft. Het gevolg hiervan is een hogere hartslag.

Vanuit de sinusknoop gaan deze elektrische signalen door de boezems en worden kort tegengehouden in de AV-knoop. Door deze rustpauze, hebben de boezems genoeg tijd om samen te knijpen en hun bloed naar de kamers te laten stromen. Vervolgens stuurt de AV-knoop de elektrische signalen door naar de kamers van het hart, met als gevolg dat deze samenknijpen en het bloed door het lichaam rondpompen.

Waar gaat het mis bij een hartritmestoornis?

Zoals je hieruit misschien al op kan maken, zijn er meerdere plekken waar er iets mis kan gaan in de geleiding van deze elektrische signalen. De plek waar de verstoring in het hart zit, bepaalt grotendeels het type hartritmestoornis.

In principe kan elke hartspiercel het hartritme bepalen, maar in een gezond hart is dit de taak van de sinusknoop. Die zorgt ervoor dat alle cellen op het juiste moment samentrekken. Echter, als de sinusknoop uitvalt dan moet een andere cel het hartritme overnemen; dit noemen we een “escape-ritme”. Als de sinusknoop ermee ophoudt dan neemt in eerste instantie één van de hartspiercellen in de boezems het ritme over. Als dat ook niet gebeurt dan neemt de AV-knoop het over en als die het ook niet doet dan nemen de kamers het over. Het probleem hierbij is dat dergelijke escape-ritmes trager afgesteld staan dan de sinusknoop. Dus een boezem escape ritme is ongeveer 60 slagen per minuut; het ritme van de AV-knoop is nog maar 45 slagen per minuut en bij een ritme dat door de kamers word geregeld, bedraagt de hartslag slechts 30 slagen per minuut. De cellen die het snelst staat afgesteld zorgen ervoor dat de rest van het hart klopt in zijn tempo. Op deze manier zorgt de sinusknoop ervoor dat hij de baas is over het hartritme.

Verschillende hartritmestoornissen

Nu we iets weten over de anatomie van het hart en de plekken waar er iets mis kan gaan in de geleiding van de elektrische signalen, is het tijd om dit te koppelen aan een aantal veel voorkomende hartritmestoornissen:

  • Hartkloppingen zonder een onderliggend hartprobleem: dit wordt ook wel een “overslaande hartslag genoemd” en komt heel veel voor. Zoals hierboven staat uitgelegd kan elke cel in het hart het hartritme overnemen. Een overslag wil zeggen dat een bepaalde cel in het hart (meestal in de kamers) op dat moment niet goed werd aangestuurd. De cel heeft daardoor onterecht het idee dat het hart stilstaat en begint een escape-ritme. Deze hartslag valt te vroeg en hierdoor heeft het hart zich niet goed kunnen vullen met bloed, en wordt er die hartslag relatief weinig bloed rondgepompt. Deze hartslag voel je meestal niet. De sinusknoop zal daarna zijn eigen tempo weer oppakken. Er zit wel relatief veel tijd tussen de overslag en herpakken van de sinusknoop. Hierdoor heeft het hart voor deze slag meer tijd om zich te vullen met bloed en zal er die hartslag relatief veel bloed worden rondgepompt. Mensen voelen het hart dan (in aanvallen) heftig of hard kloppen of hebben het gevoel dat het hart “overslaat”. Dit kan veroorzaakt en versterkt worden door bijvoorbeeld stress, cafeïne en alcohol. Dit type hartritmestoornis is geheel onschuldig, maar kan wel voor angst zorgen bij iemand die hier last van heeft. Het is altijd belangrijk om goed uit te laten zoeken of er echt geen sprake is van een onderliggend hartprobleem.
  • Boezemfibrilleren: Wordt veroorzaakt door het ongecontroleerd samentrekken van de spiercellen in de boezems. De geleiding van het hart wordt daardoor niet meer aangestuurd door de sinusknoop. Het gevolg is dat het hart snel en onregelmatig gaat kloppen. Er bestaat ook nog een boezemflutter, wat heel veel lijkt op fibrilleren.
  • Sick sinus syndroom: Zoals de naam al doet vermoeden is er hierbij spraken van een sinusknoop die niet goed meer functioneert. Deze geeft de elektrische signalen te laat of helemaal niet af. Hierdoor vertraagt de hartslag en stijgt ook niet altijd voldoende bij inspanning/sport.
  • AV-blok: Er is sprake van een blokkade in de AV-knoop waardoor de pauze in de elektrische geleiding verlengd wordt of dat het signaal volledig wordt geblokkeerd. Er zijn verschillende types van een AV-blok. De meest voorkomende is een simpele vertraging in de geleiding, zonder dat dit invloed heeft op het hartritme. Deze komt veel voor bij ouderen en wordt vaak per toeval gevonden. Deze blokkade kan echter verergeren, wat wel klachten kan geven.
  • AVNRT: Dit is een afkorting voor “AV-nodale re-entry tachycardie”. Dat klinkt heel moeilijk, maar als we de naam goed bekijken, omschrijft het eigenlijk exact wat het probleem is: Het elektrisch signaal blijft in de AV-knoop (AV-nodale) ronddraaien (re-entry), met als gevolg een snelle hartslag (tachycardie). Dit type hartritmestoornis geeft vaak veel klachten en moet snel behandeld worden door een arts.
  • WPW syndroom: Het Wolff-Parkinson-White syndroom. Dit is een gevaarlijke aangeboren hartafwijking waarbij er meer geleidende verbindingen tussen de boezems en kamers zitten dan normaal. Hierdoor kan een elektrisch signaal een snellere weg vinden dan via de AV-knoop. Meestal ondervindt iemand met een WPW-syndroom heel lang geen klachten, totdat de elektrische signalen een keer per toeval door deze verbinding rond gaan draaien door de kamers. Het gevolg hiervan kan ventrikelfibrilleren zijn (zie hieronder).
  • Ventrikelfibrilleren: Dit is de ernstigste hartritmestoornis en wordt soms ook aangeduid als een “hartstilstand”. Deze term is echter onjuist. De hartspiercellen van de kamers worden op verschillende plaatsen geactiveerd; snel en chaotisch. Hierdoor gaan de kamers van het hart “fladderen” en pompen ze vrijwel geen bloed meer rond. Hierdoor stopt de bloedcirculatie. Dit betekent dus dat iemand met ventrikelfibrilleren gereanimeerd moet worden.

Symptomen

Hartritmestoornissen openbaren zich vooral als iets wat patiënten omschrijven als “hartkloppingen”:  Ze hebben het gevoel dat het hart sneller of langzamer klopt, soms ook wel omschreven als “bonzen van het hart” en dit kan leiden tot ongerustheid of zelfs paniek. Deze hartkloppingen kunnen in aanvallen komen; de hartritmestoornis wordt dan afgewisseld met een normaal hartritme. Andere bijkomende symptomen zijn bijvoorbeeld duizeligheid, misselijkheid, tintelingen of hoofdpijn.

Vaak zijn hartkloppingen onschuldig (“een overslaande hartslag”, zoals hierboven beschreven), maar het is altijd goed om dit uit te laten zoeken door een arts. Sommige symptomen zijn een reden om met spoed contact te zoeken met uw huisarts of 112. Voorbeelden hiervan zijn: Pijn op de borst, flauwvallen en ernstige kortademigheid.

Wat doet de arts?

Een arts zal altijd proberen te achterhalen wat de specifieke oorzaak is van de hartkloppingen. Om dit te onderzoeken, heeft een arts verschillende onderzoeken ter beschikking:

  • Het voelen van de hartslag en het luisteren naar het hart. Hiermee kan makkelijk de snelheid en eventuele onregelmatigheid onderzocht worden.
  • Een ECG: Dit wordt vaak een “hartfilmpje genoemd”, maar is eigenlijk helemaal geen filmpje. Met elektroden op de borstkas worden de elektrische signalen van het hart opgepikt en kan er gekeken worden naar het ritme en eventuele vertragingen in de geleiding. Het type hartritmestoornis kan hier vaak ook uit afgeleid worden.
  • Een holter: dit is een soort draagbare ECG, waarbij er gedurende één of meerdere dagen een continu ECG wordt gemaakt. Dit is met name handig wanneer een hartritmestoornis in aanvallen komt. Op die manier hoopt de arts een aanval te vangen en kan achteraf zien wat voor hartritmestoornis het is. Als patiënt moet u ook een dagboek bijhouden om aan te geven of u klachten heeft gehad en op welk tijdstip.

Als er inderdaad sprake is van een hartritmestoornis, dan zal een arts proberen te achterhalen wat hier de oorzaak van is. Veelvoorkomende oorzaken zijn onder andere ouderdom, schildklierproblemen, sommige medicijnen en aderverkalking van de bloedvaten van het hart.

Moeten hartkloppingen behandeld worden?

Het is niet altijd nodig om een hartritmestoornis te behandelen, zeker niet als het hart verder goed functioneert. Soms is het echter wel nodig om te behandelen en het type behandeling is afhankelijk van de oorzaak van de hartritmestoornis. Hieronder staan de meest voorkomende behandelingen kort beschreven:

  • Medicijnen die het hartritme beïnvloeden. Bij een te snelle hartslag, kan de geleiding bijvoorbeeld vertraagd worden, waardoor iemand minder klachten heeft van de hartkloppingen.
  • Dit is bijvoorbeeld belangrijk bij het boezemfibrilleren. Daarbij “fladderen” de boezems, waarbij het bloed niet goed uit de boezems wordt gepompt en stil blijft staan in de boezems. Het probleem is dat bloed dat stilstaat heel snel gaat stollen. Als deze stolsels losschieten, kan dit bijvoorbeeld een longembolie of herseninfarct tot gevolg hebben.
  • Elektrische cardioversie. Hierbij krijgt een patiënt (onder narcose) een schok met een defibrillator. Dit is hetzelfde apparaat dat ook tijdens een reanimatie wordt gebruikt (AED), maar dan meestal ingesteld op een lager voltage. Hiermee kan het hartritme even gereset worden en krijg je weer een normaal hartritme. Een elektrische cardioversie is echter niet altijd succesvol en de hartritmestoornis kan weer terugkomen.
  • Ablatie: Dit is het wegbranden van cellen in de hartwand die de hartritmestoornis veroorzaken. Het is daarbij wel belangrijk dat een arts precies weet welke cellen de stoornis veroorzaken.
  • Een pacemaker: een pacemaker is een klein apparaatje dat onder de huid wordt geplaats en het hartritme bewaakt. Als het hartritme te langzaam is dan zal de pacemaker ervoor zorgen dat er extra hartslagen worden gemaakt.
  • ICD: dit staat voor Implanteerbare Cardioverter Defibrillator. Dit is een soort ingebouwde defibrillator (AED) die het hart een schok kan geven bij een gevaarlijke hartritmestoornis. Net als bij de elektrische cardioversie wordt het hart dan even “gereset”.

Conclusie

Hartkloppingen kunnen heel vervelend en beangstigend zijn, maar een groot deel hiervan is onschuldig. Toch is het altijd belangrijk om dit uit te laten zoeken door een arts om uit te sluiten dat er geen sprake is van een (ernstige) hartritmestoornis.

Gerelateerde artikelen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *