Melk & Gezondheid 3 – Verhoogt de consumptie van melk het risico op kanker en sterfte in het algemeen?

Melk en kanker

Introductie

Melkproducten vormen een groot deel van het typische Nederlandse voedingspatroon. Het voedingscentrum adviseert volwassenen om 2 à 3 porties (300 tot 450 ml) melkproducten per dag te consumeren om het risico op onder andere botbreuken, darmkanker en diabetes type 2 te verlagen1. Echter, de gezondheidsvoordelen van een hoge inname van melkproducten is nooit aangetoond en heeft mogelijk zelfs nadelige effecten. Een studie gepubliceerd in de New England Journal of Medicine in 20202 heeft onderzocht wat de mogelijke voor- en nadelen zijn van een verhoogde inname van melkproducten op de gezondheid van volwassenen. In deze serie “Melk & Gezondheid” behandelen we in elk artikel een (verondersteld) voordeel of gevaar van het nuttigen van melk(producten). In dit derde, en laatste, deel behandelen we twee vragen:

  1. Verhoogt de consumptie van melk(producten) het risico op het krijgen van kanker?
  2. Verhoogt de consumptie van melk(producten) het risico om vroegtijdig te overlijden?

Melk en het risico op kanker

Het voedingscentrum raadt het consumeren van melkproducten aan om het risico op darmkanker te verlagen. Uit een heel groot onderzoek naar voeding, leeftstijl en kanker van het “World Cancer Research Fund” blijkt het risico op darmkanker inderdaad verlaagd bij mensen die meer melkproducten consumeren3. Mogelijk komt dit door het hoge gehalte aan calcium in melkproducten. Aan de andere kant blijkt uit ditzelfde onderzoek dat het consumeren van melkproducten het risico op het krijgen van prostaatkanker juist verhoogt.

De associatie tussen het consumeren van melkproducten en het risico op andere vormen van kanker is veel minder duidelijk. Er zijn onderzoeken die rapporteren dat melk het risico op borstkanker en baarmoederkanker vergroot4, 5, terwijl de uitkomsten van een andere studie er juist op wijzen dat melkconsumptie niet gerelateerd is aan het risico op borstkanker6. Al deze onderzoeken geven aan dat het gevonden risico waarschijnlijk te wijten is aan de hormonen die in melk te vinden zijn (met name oestrogenen). Het is hierbij belangrijk om te beseffen dat het hormoongehalte in Nederlandse melk een stuk lager is dan in de landen waar dit onderzoek uitgevoerd is (bijvoorbeeld Amerika), waarbij deze gehaltes in Nederland zodanig laag zijn dat consumptie van Nederlandse melk in dit opzicht veilig geacht wordt.   

Een belangrijk nadeel van het onderzoek naar het risico van melkconsumptie op kanker is dat alle prospectieve onderzoeken pas gestart zijn bij mensen van 40 jaar en ouder, terwijl veel risicofactoren voor kanker juist al optreden tijdens de kindertijd of jong-volwassen leeftijd7. Deze risicofactoren worden dus niet volledig meegenomen, waardoor het onmogelijk is om harde conclusies te trekken over het risico dat het drinken van melk met zich meebrengt.  

Melk en het risico op sterfte

Uit een meta-analyse van 29 cohort studies bleek dat het drinken van melk of het consumeren van zuivelproducten niet geassocieerd waren met totale sterfte8.  Het maakte daarbij geen verschil of er volle of magere melkproducten werden geconsumeerd. In een recentere analyse van drie grote cohort studies waarbij mensen meer dan 30 jaar gevolgd werden, werd er geen verband gevonden tussen de consumptie van magere melk en kaas. Alleen het consumeren van meer dan vier porties volle melk was gerelateerd met een iets verhoogd risico op sterfte9.

De mens moet ergens zijn eiwitten vandaan halen en melkproducten zijn daarvoor een belangrijke bron in het westerse voedingspatroon. Daarom is in een andere studie onderzocht hoe “gezond” melkproducten waren in vergelijking met andere belangrijke eiwitbronnen10. Uit dit onderzoek bleek dat de consumptie van melkproducten een kleiner risico op sterfte met zich meebrengt dan het eten van bewerkt rood vlees en eieren. Het risico op sterfte was echter wel hoger dan wanneer het eiwit uit plantaardige bronnen werd gehaald (figuur 1)2.

Figuur 1.

melk en sterfte medicus online

Uitleg figuur: In dit figuur wordt het percentuele verschil in het het risico voor totale sterfte weergegeven. De gestippelde (0-)lijn is de referentiewaarde voor zuivelproducten. Vergelijkingen zijn gemaakt bij een dagelijkse consumptie van ongeveer 500 gram (of milliliter). Hierbij is de consumptie van eieren en bewerkt vlees significant geassocieerd met een verhoogde sterfte. Plantaardige bronnen worden juist in verband gebracht met een lager risico op sterfte. Al deze uitkomsten zijn gecorrigeerd voor andere risicofactoren voor (vroegtijdige) sterfte. 

Conclusie

  1. Het consumeren van melkproducten wordt in verband gebracht met een iets verlaagd risico op het krijgen van darmkanker, terwijl het aan de andere kant juist het risico op prostaatkanker lijkt te vergroten. Echter, moeten deze onderzoeken voorzichtig geïnterpreteerd worden omdat proefpersonen niet altijd lang genoeg gevolgd werden om alle andere risicofactoren voor kanker in beeld te brengen.
  2. Er is geen verband tussen de consumptie van zuivelproducten en het risico op (vroegtijdige) sterfte in de algemene populatie. Er lijkt echter wel winst in levensjaren te behalen door zoveel mogelijk eiwitten uit plantaardige bronnen te halen. 

Referenties

  1. Voedingscentrum. De gezondheidseffecten van melk [online].
  2. Willett WC, Ludwig DS. Milk and Health. N Engl J Med 2020;382:644-654.
  3. World Cancer Research Fund, American Institute for Cancer Research. Second expert report: food, nutrition, physical activity, and the prevention of cancer:a global perspective. Washington, DC: [online].
  4.  Ganmaa D, Cui X, Feskanich D, Hankinson SE, Willett WC. Milk, dairy intake and risk of endometrial cancer: a 26-year follow-up. Int J Cancer 2012;130:2664-2671.
  5. Ganmaa D, Sato A. The possible role of female sex hormones in milk from pregnant cows in the development of breast, ovarian and corpus uteri cancers. Med Hypotheses 2005;65:1028-1037.
  6. Linos E, Willett WC, Cho E, Frazier L. Adolescent diet in relation to breast cancer risk among premenopausal women. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2010;19:689-696.
  7. Mahabir S, Aagaard K, Anderson LM, et al. Challenges and opportunities in research on early-life events/exposures and cancer development later in life. Cancer Causes Control 2012;23:983-990.
  8. Guo J, Astrup A, Lovegrove JA, Gijsbers L, Givens DI, Soedamah-Muthu SS. Milk and dairy consumption and risk of cardiovascular diseases and all-cause mortality: dose-response meta-analysis of prospective cohort studies. Eur J Epidemiol 2017;32:269-287.
  9. Ding M, Li J, Qi L, et al. Associations of dairy intake with risk of mortality in women and men: three prospective cohort studies. BMJ 2019;367:l6204.
  10. Song M, Fung TT, Hu FB, et al. Association of Animal and Plant Protein Intake With All-Cause and Cause-Specific Mortality. JAMA Intern Med 2016;176:1453-1463.