Is teveel sporten gevaarlijk voor het hart en de bloedvaten?

Teveel sporten ongezond

Inleiding

Jaarlijks sterven er wereldwijd meer dan 17 miljoen mensen aan hart- en vaatziekten1. Daarmee is het de belangrijkste oorzaak voor (vroegtijdige) sterfte in de wereld. Één van de belangrijkste risicofactoren voor het krijgen van hart- en vaatziekten is fysieke inactiviteit. In Nederland zijn er daarom beweegrichtlijnen gemaakt die volwassenen adviseren om ten minste 2,5 uur per week “matig of zwaar intensieve inspanning” te verrichten en daarnaast 2x per week spier- en botversterkende activiteiten uit te voeren (bijvoorbeeld krachttraining)2. Voor kinderen ligt de aanbeveling nog iets hoger (Figuur 1). Ondanks het feit dat er onomstotelijk aangetoond is dat sporten gezond is, is er de laatste tijd ook steeds meer aandacht voor de vraag of teveel sporten gevaarlijk is. Één voor de hand liggend gevaar van teveel sporten is een overbelasting van de spieren en pezen (met blessures tot gevolg), maar er zijn mogelijk ook nadelige gevolgen voor het hart en bloedvaten. Mede door (recente) voorbeelden van topsporters die plotseling levensbedreigende hartritmestoornissen ontwikkelden, krijgt dit onderwerp steeds meer media aandacht. Het nadeel van dit soort beschrijvingen is dat er individuele casussen worden besproken die een vertekend beeld kunnen geven. Veel belangrijker is om te kijken naar grote studies die onderzocht hebben wat extreem veel sporten voor consequenties heeft op de gezondheid. In dit artikel zullen we dieper ingaan op studies die onderzocht hebben welke mogelijke gevaren er schuilen in overmatig sporten op het hart en de bloedvaten.

Jaarlijks sterven er wereldwijd meer dan 17 miljoen mensen aan hart- en vaatziekten1. Daarmee is het de belangrijkste oorzaak voor (vroegtijdige) sterfte in de wereld. Één van de belangrijkste risicofactoren voor het krijgen van hart- en vaatziekten is fysieke inactiviteit. In Nederland zijn er daarom beweegrichtlijnen gemaakt die volwassenen adviseren om ten minste 2,5 uur per week “matig of zwaar intensieve inspanning” te verrichten en daarnaast 2x per week spier- en botversterkende activiteiten uit te voeren (bijvoorbeeld krachttraining)2. Voor kinderen ligt de aanbeveling nog iets hoger (Figuur 1). Ondanks het feit dat er onomstotelijk aangetoond is dat sporten gezond is, is er de laatste tijd ook steeds meer aandacht voor de mogelijke gevaren van teveel sporten. Eén voor de hand liggend gevaar van teveel sporten is een overbelasting van de spieren en pezen (met blessures tot gevolg), maar er zijn mogelijk ook nadelige gevolgen voor het hart en bloedvaten. Mede door (recente) voorbeelden van topsporters die plotseling levensbedreigende hartritmestoornissen ontwikkelden, krijgt dit onderwerp steeds meer media aandacht. Het nadeel van dit soort beschrijvingen is dat er individuele casussen worden besproken die een vertekend beeld kunnen geven. Veel belangrijker is om te kijken naar grote studies die onderzocht hebben wat extreem veel sporten voor consequenties heeft op de gezondheid. In dit artikel zullen we dieper ingaan op studies die onderzocht hebben welke mogelijke gevaren er schuilen in overmatig sporten op het hart en de bloedvaten

Sport verlaagt het risico op hart- en vaatziekten

Het is algemeen geaccepteerd dat regelmatig sporten het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten verlaagt. Actieve mensen hebben (gemiddeld) een lager BMI, een minder hoge bloeddruk, een gunstiger lipoproteïnen profiel3 en mede daardoor een lagere kans op het krijgen van bijvoorbeeld een hartinfarct of herseninfarct4. Daarnaast heeft het ook directe positieve effecten op de gezondheid van het hart en onze bloedvaten3. Mede door deze gunstige invloed van sport op het hart- en vaatstelsel leven actieve mensen langer5.

Het gezondheidsvoordeel dat hieruit voortkomt kan weergegeven worden zoals het grafiekje in figuur 1 (tweede kolom), waarbij de meeste gezondheidswinst te behalen is door mensen die helemaal inactief zijn, een klein beetje te laten sporten6. Op deze bevindingen zijn de Nederlandse richtlijnen gebaseerd. Echter, de World Health Organization (WHO) geeft aan dat meer sporten nog beter is en dat de maximale gezondheidswinst te behalen is bij een hoeveelheid sporten die ongeveer 3-4x zo hoog ligt als de huidige aanbevelingen7.

Wat zijn de mogelijke gevaren van teveel sporten?

Het lijkt er dus op dat veel sporten gezond is, maar het is onduidelijk wat de effecten zijn van nóg meer sporten dan de optimale dosis die door de WHO wordt geadviseerd (meer dan 7,5-10 uur matig intensief sporten dus).

Enkele observationele studies rapporteerden een licht verhoogd risico op ziekte en sterfte in de meest actieve sporters ten opzichte van de sporters die rondom het “optimum” zaten5, 8, wat suggereert dat de gezondheidswinst bij veel sporten een plateau bereikt en bij verder verhogen van de fysieke activiteit zelfs nadeliger wordt. Dit effect kan weergegeven worden door een zogenaamde “omgekeerde U-curve” (figuur 2)9, die aangeeft dat als de hoeveelheid fysieke activiteit na het bereiken van het optimale effect nog verder verhoogd wordt, het risico op hart- en vaatziekten juist omhoog gaat.

Figuur 2

Het lijkt er dus op dat veel sporten gezond is, maar het is onduidelijk wat de effecten zijn van nóg meer sporten dan de optimale dosis die door de WHO wordt geadviseerd (meer dan 7,5-10 uur matig intensief sporten dus). Enkele observationele studies rapporteerden een licht verhoogd risico op ziekte en sterfte in de meest actieve sporters ten opzichte van de sporters die rondom het “optimum” zaten5, 8, wat suggereert dat de gezondheidswinst bij veel sporten een plateau bereikt en bij verder verhogen van de fysieke activiteit zelfs nadeliger wordt. Dit effect kan weergegeven worden door een zogenaamde “omgekeerde U-curve” (figuur 2)9, die aangeeft dat als de hoeveelheid fysieke activiteit na het bereiken van het optimale effect nog verder verhoogd wordt, het risico op hart- en vaatziekten juist omhoog gaat.

Waardoor deze omgekeerde curve veroorzaakt zou kunnen worden is een “hot topic” binnen de sportcardiologie. Ondanks dat er nog geen definitief antwoord op deze vraag is gegeven, zijn er wel enkele hypothesen9:

 

  1. Ouderen die hun hele leven zeer actief zijn geweest, lijken meer verkalking van de kransslagaders te hebben (atherosclerotische plaques) wat het risico op een hartinfarct verhoogt. Echter, lijken deze plaques van een relatief gunstige samenstelling te zijn. Bij de meest actieve sporters leken de plaques vooral uit kalk te bestaan. Dit soort plaques hebben een kleinere kans om te scheuren (waardoor een hartinfarct veroorzaakt wordt) dan plaques die een minder gunstige samenstelling hebben10; deze “gevaarlijke” plaques bevatten vaak relatief veel vet, en dus minder kalk.
  2. Het is bekend dat er directe schade aan de hartspier ontstaat tijdens het sporten. Normaal gesproken herstelt deze schade na het sporten snel en past het hart zich aan waardoor het juist beter beschermd is tegen eventuele toekomstige schade (dit is dus gunstig!). Bij ouderen die altijd veel gesport hebben, lijkt het echter zo te zijn dat zij blijvende schade aan de hartspier hebben opgelopen (fibrose). Mogelijk hebben zij zodanig veel gesport, dat het hart zich niet voldoende kon herstellen met een opstapeling van schade tot gevolg.
  3. Ondanks het feit dat sporten de kans op een bepaald type hartritmestoornis (boezemfibrilleren) verlaagt, is het zo dat extreem veel sporten dit risico juist verhoogt. Door boezemfibrilleren is er een vergrote kans dat er bloedstolsels in het hart ontstaan. Deze stolsels kunnen vervolgens naar de hersenen schieten, met een herseninfarct tot gevolg. 

 

Al deze onderzoeken wijzen in de richting dat extreem veel sporten geen extra gezondheidswinst oplevert en mogelijk zelfs schadelijke gevolgen heeft. Echter, wordt het interpreteren van deze onderzoeken bemoeilijkt door het feit dat er niet veel mensen zijn die hun hele leven lang zo extreem veel sporten, waardoor het onmogelijk is om deze resultaten te vertalen naar de gehele bevolking. Om daar verder onderzoek naar te doen zijn onderzoeken nodig die specifiek kijken wat het verhogen van de fysieke activiteit (tot extreme niveaus) voor gevolg heeft op het optreden van hart- en vaatziekten op de lange termijn, maar vanwege praktische overwegingen is het maar de vraag of een dergelijk onderzoek ooit uitgevoerd kan worden. Een logischere stap zou zijn om verder te onderzoeken welke mechanismen eventueel ten grondslag liggen aan de hypothese dat extreem veel sporten risico’s met zich meebrengt; het is daarbij belangrijk om deze proefpersonen langere tijd te volgen. Dergelijke onderzoeken lopen op dit moment, dus hopelijk weten we op korte termijn meer.  

Verhoogt sporten het risico op een dodelijke hartritmestoornis?

In een discussies over dit onderwerp, ontkomen we er niet aan om ook in te gaan op berichten die regelmatig in de media voorbij komen: Jonge sporters die tijdens het sporten plotseling in elkaar zakken en komen te overlijden, of zodanig veel hersenschade oplopen door een zuurstoftekort dat ze de rest van hun leven gehandicapt zullen zijn. Er wordt dan vaak gesproken over een “hartstilstand”, maar in principe is dit een foute term omdat er in het merendeel van de gevallen geen sprake is van een volledige stilstand van het hart, maar van een hartritmestoornis waardoor het hart geen (of niet voldoende) bloed rond kan pompen. Daarom kiezen wij ervoor om de term “dodelijke hartritmestoornis” te gebruiken (dit zijn dus andere hartritmestoornissen dan bijvoorbeeld het boezemfibrilleren wat eerder in dit artikel werd genoemd!).

 

Het is inderdaad zo dat hoog-intensieve sportactiviteiten een dodelijke hartritmestoornis kunnen veroorzaken, maar dit gebeurt eigenlijk alleen in mensen met onderliggende (onontdekte) hartziekten11. Bij jongeren (<40 jaar) zijn dit vaak aangeboren hartaandoeningen, terwijl er bij de ouderen vaak aderverkalking van de kransslagaderen aan ten grondslag ligt. Gelukkig is een dergelijke acute hartdood zeer zeldzaam onder sporters, met slechts 0.76 voorvallen per 100.000 atleten per jaar12. Van deze atleten overleefde 44% uiteindelijk de hartritmestoornis. Dit (licht) verhoogde risico op een acute hartdood tijdens intensieve inspanning is van voorbijgaande aard en er is sterk bewijs dat regelmatig sporten juist geassocieerd is met een verlaagd risico op het overlijden aan een hartritmestoornis in vergelijking met inactieve mensen13.  

Conclusie

Sporten verlaagt het risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten en zorgt ervoor dat mensen gemiddeld langer leven. De meeste gezondheidswinst wordt behaald door mensen die geheel inactief zijn te laten beginnen met sporten. Hierop zijn ook de “Beweegrichtlijnen” in Nederland gebaseerd die volwassenen adviseren om in ieder geval 2,5 uur per week matig intensief te bewegen. De optimale gezondheidswinst lijkt echter nog veel hoger te liggen (+/- 7,5-10 uur per week). Nog meer sporten lijkt geen extra gezondheidswinst op te leveren en brengt mogelijk risico’s met zich mee zoals een verhoogd risico op het ontstaan van aderverkalking (van een relatief gunstig type). Om dit onomstotelijk te bewijzen zijn echter (grote) follow-up studies nodig.

Referenties

1.         Virani SS, Alonso A, Benjamin EJ, et al. Heart Disease and Stroke Statistics-2020 Update: A Report From the American Heart Association. Circulation 2020;141:e139-e596.

2.         Kenniscentrum Sport & Bewegen. Beweegrichtlijnen [online].

3.         Nystoriak MA, Bhatnagar A. Cardiovascular Effects and Benefits of Exercise. Front Cardiovasc Med 2018;5:135.

4.         Maessen MF, Verbeek AL, Bakker EA, Thompson PD, Hopman MT, Eijsvogels TM. Lifelong Exercise Patterns and Cardiovascular Health. Mayo Clin Proc 2016;91:745-754.

5.         Lear SA, Hu W, Rangarajan S, et al. The effect of physical activity on mortality and cardiovascular disease in 130 000 people from 17 high-income, middle-income, and low-income countries: the PURE study. Lancet 2017;390:2643-2654.

6.         Eijsvogels TM, Thompson PD. Exercise Is Medicine: At Any Dose? JAMA 2015;314:1915-1916.

7.         Eijsvogels TM, Molossi S, Lee DC, Emery MS, Thompson PD. Exercise at the Extremes: The Amount of Exercise to Reduce Cardiovascular Events. J Am Coll Cardiol 2016;67:316-329.

8.         Armstrong ME, Green J, Reeves GK, Beral V, Cairns BJ, Million Women Study C. Frequent physical activity may not reduce vascular disease risk as much as moderate activity: large prospective study of women in the United Kingdom. Circulation 2015;131:721-729.

9.         Eijsvogels TMH, Thompson PD, Franklin BA. The “Extreme Exercise Hypothesis”: Recent Findings and Cardiovascular Health Implications. Curr Treat Options Cardiovasc Med 2018;20:84.

10.       Aengevaeren VL, Mosterd A, Braber TL, et al. Relationship Between Lifelong Exercise Volume and Coronary Atherosclerosis in Athletes. Circulation 2017;136:138-148.

11.       Thompson PD, Franklin BA, Balady GJ, et al. Exercise and acute cardiovascular events placing the risks into perspective: a scientific statement from the American Heart Association Council on Nutrition, Physical Activity, and Metabolism and the Council on Clinical Cardiology. Circulation 2007;115:2358-2368.

12.       Landry CH, Allan KS, Connelly KA, et al. Sudden Cardiac Arrest during Participation in Competitive Sports. N Engl J Med 2017;377:1943-1953.

13.       Lee DC, Brellenthin AG, Thompson PD, Sui X, Lee IM, Lavie CJ. Running as a Key Lifestyle Medicine for Longevity. Prog Cardiovasc Dis 2017;60:45-55.